Overvloedige zegen?

// 16 maart 2010 // Leven

Nog nooit had ik zo’n mooie voorkant van een boek gezien. Leven, overvloed, groei: prachtig. God wil ons overvloedig zegenen. ‘Pff, dat klinkt een beetje als welvaartsevangelie’, dacht ik. De prachtige cover van het boek – afgedrukt op een advertentie in de Visie – bleef echter mijn aandacht trekken. De flaptekst (klik) die erbij stond, zette me aan het denken: ‘er zit een kern van waarheid in’ Je zou denken dat het verhaal vervolgt met: ik kocht het boek. Dat is ook zo. Maar het verhaal is eigenlijk zo voorspelbaar niet.

Vrijwel direct na het lezen van de advertentie, probeerde ik het gebed uit. ‘Heer, wilt U me alstublieft overvloedig zegenen?’ Eigenlijk durfde ik het niet eens te vragen, ik ervaar al zoveel zegen. Wat heb ik nu nog te klagen? Toch verhoorde God mijn gebed.

De volgende middag was ik onderweg naar een stageborrel bij de EO, een soort netwerkbijeenkomst. Bij het afhalen van mijn naambadge, scande ik de badges van de EO’ers die erbij aanwezig zouden zijn. ‘Hee, Henk Rothuizen staat erbij, die moet ik spreken.’ Ik had geen idee waarom. Echt op zoek naar een stage was ik niet, dus ik besloot Henk maar gelijk op te zoeken. Henk kende ik eigenlijk niet. Ik wist wel dat hij het hoofd van de EO-Nazorg is, ook kende ik een boekje van hem: ‘Vader, wie ben ik?’ Toch had ik het nog nooit gelezen, alleen maar cadeau gegeven.

Het moment dat volgde op mijn zoektocht, was nogal ongemakkelijk. Want voordat ik het wist, sprak Henk me aan en zei: ‘zoek je mij?’ Ik zei: Eh… ja, u bent van de EO-Nazorg toch? En u heeft toch die boekjes geschreven? Overdonderd als ik was, dacht ik: ‘hoe red ik me hier uit?’ Ik had tenslotte geen idee waarom ik hem zocht. Al gauw nam hij zelf de leiding over het gesprek. ‘Ik heb ook nog een ander boekje, die mag je wel hebben. Ik vraag wel even of iemand ‘em voor je haalt.’ Zo gezegd, zo gedaan. We spraken nog wat verder over EO-Nazorg, de Kerk, het boekje en evangelisatie. Helemaal prima, een leuk en eigenaardig gesprek. En… ik kreeg een boek. Zomaar. Zonder aanleiding…

Of was mijn gebed de aanleiding? In de volgende dagen bleef ik erover denken, want was het niet egoïstisch om zo voor mezelf te bidden? Zou ik nu vaker boeken krijgen, zomaar? Is dat niet materialisme? Nieuwe vragen, maar wel vreugde. Want juist in de dagen ervoor kwam ik een beetje vast te lopen. Ik merkte weinig van God. Ik was veel meer bezig met ‘koninkrijkszaken’, dan met God zelf. Deze situatie draaide dat om.

Wat een zegen!
Wordt vervolgd.

Reageer